Portaalsite voor de échte zeeaquariaan

Zoeken op de site

Sponsors

Jack in the box

Jack in the box

Wie kent ze niet? Deze grappige vissen die we in eerste instantie niet opmerken tot ze brutaal hun hoofd uit het zand laten piepen. Met grote ogen kijken ze ons in het begin wantrouwend aan tot ze merken dat er eigenlijk niets aan de hand is. Ze schieten vervolgens in vol ornaat uit hun hol en al draaiend met hun hoofd bestuderen ze elke keer opnieuw hun omgeving. Het zijn de jack in the boxen (vanwaar zou deze naam nu komen?) die we geregeld terug zien in het aquarium.

Soorten

De laatste officiële update van deze familie is gedateerd van 2006. Er is al heel wat gerommeld in deze familie maar sinds 2006 zit er aardig wat structuur in. Er zijn ongeveer een 60 tal soorten bekend en nog vele soorten zijn niet beschreven of ontdekt. Deze lijst zal in de komende jaren dus nog flink uitbreiden. Hieronder een overzicht.

  • Genus Lonchopisthus
  1. Lonchopisthus higmani (Mead, 1959).
  2. Lonchopisthus lemur (Myers, 1935).
  3. Lonchopisthus lindneri (Ginsburg, 1942).
  4. Lonchopisthus micrognathus (Poey, 1860).
  5. Lonchopisthus sinuscalifornicus (Castro-Aguirre 1988).
  • Genus Merogymnoides
  1. Merogymnoides carpentariae (Whitley, 1966).
  • Genus Opistognathus
  1. Opistognathus aurifrons (Jordan & Thompson, 1905).
  2. Opistognathus brasiliensis (Smith-Vaniz, 1997).
  3. Opistognathus castelnaui (Bleeker, 1860).
  4. Opistognathus cuvierii (Valenciennes, 1836).
  5. Opistognathus darwiniensis (Macleay, 1878).
  6. Opistognathus decorus (Smith-Vaniz & Yoshino, 1985).
  7. Opistognathus dendriticus (Jordan & Richardson, 1908).
  8. Opistognathus evermanni (Jordan & Snyder, 1902).
  9. Opistognathus eximius (Ogilby, 1908).
  10. Opistognathus fenmutis (Acero P. & Franke, 1993).
  11. Opistognathus galapagensis (Allen & Robertson, 1991).
  12. Opistognathus gilberti (Böhlke, 1967).
  13. Opistognathus hongkongiensis (Chan, 1968).
  14. Opistognathus hopkinsi (Jordan & Snyder, 1902).
  15. Opistognathus inornatus (Ramsay & Ogilby, 1887).
  16. Opistognathus iyonis (Jordan & Thompson, 1913).
  17. Opistognathus jacksoniensis (Macleay, 1881).
  18. Opistognathus latitabundus (Whitley, 1937).
  19. Opistognathus leprocarus (Smith-Vaniz, 1997).
  20. Opistognathus liturus (Smith-Vaniz & Yoshino, 1985).
  21. Opistognathus lonchurus (Jordan & Gilbert, 1882).
  22. Opistognathus macrognathus (Poey, 1860).
  23. Opistognathus macrolepis (Peters, 1866).
  24. Opistognathus margaretae (Smith-Vaniz, 1984).
  25. Opistognathus maxillosus (Poey, 1860).
  26. Opistognathus megalepis (Smith-Vaniz, 1972).
  27. Opistognathus melachasme (Smith-Vaniz, 1972).
  28. Opistognathus mexicanus (Allen & Robertson, 1991).
  29. Opistognathus muscatensis (Boulenger, 1887).
  30. Opistognathus nigromarginatus Rüppell, 1830).
  31. Opistognathus nothus (Smith-Vaniz, 1997).
  32. Opistognathus panamaensis (Allen & Robertson, 1991).
  33. Opistognathus papuensis (Bleeker, 1868).
  34. Opistognathus punctatus (Peters, 1869).
  35. Opistognathus randalli
  36. Opistognathus reticulatus (McKay, 1969).
  37. Opistognathus rhomaleus (Jordan & Gilbert, 1882).
  38. Opistognathus robinsi (Smith-Vaniz, 1997).
  39. Opistognathus rosenbergii (Bleeker, 1857).
  40. Opistognathus rosenblatti (Allen & Robertson, 1991).
  41. Opistognathus rufilineatus (Smith-Vaniz & Allen, 2007).
  42. Opistognathus scops (Jenkins & Evermann, 1889).
  43. Opistognathus signatus (Smith-Vaniz, 1997).
  44. Opistognathus solorensis (Bleeker, 1853).
  45. Opistognathus whitehursti (Longley, 1927).
  • Genus Stalix
  1. Stalix davidsheni (Klausewitz, 1985).
  2. Stalix dicra (Smith-Vaniz, 1989).
  3. Stalix eremia (Smith-Vaniz, 1989).
  4. Stalix flavida (Smith-Vaniz, 1989).
  5. Stalix histrio (Jordan & Snyder, 1902).
  6. Stalix immaculata (Xu & Zhan, 1980).
  7. Stalix moenensis (Popta, 1922).
  8. Stalix omanensis (Norman, 1939).
  9. Stalix sheni (Smith-Vaniz, 1989).
  10. Stalix toyoshio (Shinohara, 1999).
  11. Stalix versluysi (Weber, 1913).

Foto Reef-Corner : Opistognathus rosenblatti

Gedrag en levenswijze

Jack in the boxen behoren tot de Opistognathidae (opisto = "achter", gnath = "mond") en vallen onder de orde vanPerciformes. We vinden de meeste soorten terug in schaduwrijke lagunes en riffen rondom de Caraïben en de Atlantische oceaan. Er zijn maar liefst 60 soorten in wel 4 verschillende geslachten! De meeste soorten worden gemiddeld 10 centimeter lang. Er zijn echter soorten die bijna 50 centimeter lang worden. De lichaamsbouw van deze dieren lijkt sterk op die van Gobies. Hun grote hoofd, ogen en mond staan echter niet in verhouding tot de rest van het lichaam. Ze hebben een enkele dorsale rug vin en buikvinnen die rond of puntig kunnen zijn naargelang de soort. De borstvinnen bestaan uit een harde vinstraal en 5 zachtere vinstralen. Het gehele lijf op de kop na is bedekt met cycloïde wat wil zeggen dat hun schubben afgerond zijn. De kop is anders omdat deze gebruikt wordt bij het graven van de holen. Moesten hier ook gelijkaardige schubben aanwezig zijn zou de kop al snel beschadigen en gaan ontsteken. Elke soort bouwt holen in het zand waarin ze zich verschuilen bij gevaar. Met hun grote mond nemen ze kiezeltjes en andere substraten vast die ze elders weer uit spuwen. Op deze manier creëren ze een tunnel die op maat is van hun lichaam. Wanneer deze dieren gaan slapen sluiten ze hun hol af met substraat en verdwijnen ze compleet onder het zand. Hun holen worden sterk bedreigd en het zijn dan ook territoriale dieren die zelfs hun eigen soortgenoten wegjagen als ze te dicht komen. Enkel tijdens de paring zijn ze iets milder voor elkaar. De dieren voeden zich voornamelijk met voorbij zwevend plankton. Meestal kleine kreeftachtige maar ook kleine vis larven worden zonder aarzelen tot zich genomen.

Handel en in het aquarium:

In de handel zien we niet alle 60 soorten terug. De meest bekende is ongetwijfeld de O. aurifrons. Daarnaast zien we de laatste tijd meer en meer soorten opduiken. Onder andere de O. lunchurusO. rosenblatti (zie foto op cover en deze pagina), O. whithursti en O. randalli. Ongetwijfeld zal dit lijstje in de komende jaren uitbreiden. De meest interessante en mooiste voor ons aquarium is en blijft de O. aurifrons en de O. rosenblatti. Deze laatste is een van de mooiste soorten die bestaat maar valt nog steeds in een aanzienlijk duurdere prijsklass          

                                                                                   Foto: Luc Loyen :Opistognathus aurifrons

De meeste  soorten die we in de handel zien zijn niet correct gevangen. Op de O. rosenblatti na worden jammer genoeg nog steeds alle exemplaren gevangen met gif. Hierdoor verjagen ze de dieren uit hun hol om ze vervolgens snel met een schepnet naar de wateroppervlakte te brengen. Deze techniek zorgt voor een beschadiging op de schubben die uniek zijn aan deze soort. In de handel heeft dan ook 80 % van de gevangen dieren infecties en ontstekingen op de huid en nog vaker op de al kwetsbare kop. Dit kunt u zien door lichte rode plekjes op het dier. Deze dieren moet u beslist niet aanschaffen! Uit onderzoek is gebleken dat bij deze exemplaren een overleving percentage is van 0 %.

Een koper behandeling geven aan deze dieren met een waarde van 0.12 ppm wil soms nog helpen. Dit dient wel in een apart aquarium te gebeuren. Ook gapende dieren waarvan het lijkt dat ze hun mond niet meer kunnen sluiten moet u links laten liggen. De O. rosenblatti is een uitzondering en wordt zelden geïmporteerd. Alle exemplaren worden zorgvuldig uitgegraven en langzaam naar de wateroppervlakte gebracht. Bij deze dure soort zijn deze verschijnselen nog nooit waargenomen. Eenmaal gewend zijn het uiterst sterke dieren die zelden ten prooi vallen aan bacteriën en andere infecties. Wel is het een kunst en belangrijk om deze dieren langzaam te introduceren in het aquarium. In tegenstelling tot de O. aurifrons die snel aan zijn hol begint te bouwen na het inzetten in het aquarium is de O. rosenblatti de eerste dagen zeer onwennig. Het wil vaak helpen om de dieren als het ware op te sluiten in het aquarium. Dit kunt u doen door ze te introduceren in een vangbakje. Voorzie hierin voldoende steentjes en laat het dier hier de eerste uren en/ of dagen alles langzaam tot zich nemen. Vervolgens kunt u het dier los laten. Wanneer de O. rosenblatti eenmaal gewend is uit hij zich tot een echte macho en komt niets of niemand nog in de buurt van zijn hol! Wanneer u in de mogelijkheid bent om de eerste dagen levende mysis garnalen te geven moet u dit zeker doen. De dieren hebben immers al hun reserves moeten aanspreken voor hun grote reis en hun energie voorraad daalt in het aquarium nog sneller daar ze meteen al hun krachten gebruiken voor het maken van een geschikt hol. Extra bijvoederen kan dus zeker geen kwaad. Vervolgens nemen ze gretig artemia, krill en mysis tot zich. Voorzie enkele pvc buisjes en substraten van verschillende afmetingen.

Het is beslist niet zo dat ze per definitie een dikke zandbodem nodig hebben. Wanneer u enkele handvolle substraat aanbiedt van 1 mm tot 8 mm hebben ze al genoeg verzet om een prachtige holte bouwen onder een steen of in het pvc buisje. Heeft u de mogelijkheid om een dikke bodem aan te bieden dan moet u dit natuurlijk doen. In de natuur leven ze hierin en dit gedrag willen we toch allemaal nabootsen tussen onze 5 glazen platen? Wist u dat deze vissen via hun huid een slijm produceren die als het ware voor cement dient? Deze slijmen zorgen ermee voor dat het geheel stabiel blijft. De holen zullen meestal gebouwd worden op plaatsen waar flink wat stroming aanwezig is. Dit doen deze dieren om overtollige slijmen af te voeren en omdat hier de grootste kans is dat er voedsel passeert.

Bij het plaatsen moet u steeds in het achterhoofd houden dat deze lange slanke vissen als een torpedo uit het water kunnen schieten. Een open aquarium is dan ook altijd een risico. Zeker wanneer de dieren (vaak in de begin periode van aanschaf) opgeschrikt worden en niet snel kunnen terug trekken in hun hol willen ze al eens springen. Introduceer ze dan ook in het aquarium wanneer u nog geen drukke medebewoners heeft rond zwemmen. Het aantal exemplaren dat u kiest is afhankelijk van de ruimte die u kunt bieden. Zoals al geschreven leven ze in groep maar toch solidair. Tussen elk hol moet ongeveer10 cm ruimte zitten. U kunt nu dus perfect uitreken hoeveel van deze vissen in uw aquarium ondergebracht kunnen worden. Het enige wat u in acht moet nemen is dat u deze dieren best per soort kunt houden. Een combinatie van meerdere soorten in één en het zelfste aquarium is niet verstandig. Een groepje van gemiddeld 5 exemplaren is het mooiste. Wanneer jong aangeschaft zult u zien dat er mannelijke en vrouwelijke dieren zijn. Vaak 1 vrouw op 4 mannelijke exemplaren. De kweek volgt vervolgens.

Voortplanting en kweek

Wanneer we dus willen starten met een kweek van deze eigenzinnige dieren dan schaffen we best een groep aan. Huisvest deze in een aquarium met een minimale lengte van 100 cm. Een dikke laag koraalzand is een must. Zorg dat deze bestaat uit koraalstukken met verschillende afmetingen. Naast het koraalzand voegen we best ook pvc pijpjes en halve bloempotten toe die we op hun kant leggen. Dit zorgt ervoor dat ze betere constructies kunnen maken. Ook halve doopvontschelpen worden gretig in gebruik genomen als onderkomen. De waterwaarden moeten optimaal zijn. Het toevoegen van jodium is verder ook noodzakelijk om kropaandoeningen te voorkomen. Dit kun je ook bereiken door regelmatiger water te verversen. Wanneer we de dieren aangeschaft hebben moet je ze voeden met mysis en artemia. Heb je beschikking tot levende mysis is dit nog beter. Wanneer we aan al deze eisen voldoen zullen de dieren snel tot paring overgaan. Deze paringen zijn zelden op foto vastgelegd en gebeuren dan ook meestal na het doven van de lichten of in de holen.

Het vrouwtje legt ongeveer 500 eitjes die elk een afmeting hebben van ongeveer 0,9 mm. Deze zijn allen aan elkaar verbonden en vormen samen een cluster of ook wel eibal genaamd. Deze eibal wordt door het mannelijke dier in de mond genomen. Op dit moment zie je dat de man een opgezette muil heeft. Ook vóór de paring kun je de geslachten onderscheiden. Een vrouwelijk dier heeft kleinere kaakbenen en een minder uitgesneden mond. Ook zijn de ogen kleiner bij het vrouwelijke dier.

Moest je dus enkel een koppel willen aanschaffen dan kun je hierop letten. De man zijn kaken zijn simpel weg groter om de relatief grote eibal in de muil te kunnen nemen. Door deze eibal zo nu en dan uit te spuwen en weer in de muil te nemen, beluchten ze het geheel zodat er geen beschimmeling kan ontstaan. Dit schouwspel is ontzettend fascinerend. Na 8 dagen komen de larven uit. De beste water temperatuur om de eieren uit te laten komen is 25 graden. De larven zullen deze temperatuur ook appreciëren. Ze hebben bij het hatchen een afmeting van ongeveer 3 tot 4 mm. De larven moeten meteen afgezonderd en opgefokt worden in een aparte kweekbak.

Ze hebben vanaf de geboorte een grote bek en grote ogen. Een dooierzak is aanwezig maar slechts zeer klein. Eendaagse artemia die verrijkt dient te worden wordt dan ook meteen aangenomen. Zorg voor een groot aquarium want naar elkaar zijn de larven agressief als er te weinig voedsel aanwezig is. De kweekbak moet goed gefilterd worden waarbij het gebruik van een UVC lamp onmisbaar is. Het mogen dan wel sterke larven zijn, ze zijn zeer vatbaar voor bacteriën. Deze moeten we dan ook elimineren.

                                                                                         Foto: Dominique Aegten, Jack in The Box & aal. Dominique Aegten

De ontwikkeling gaat zeer snel en na 9 dagen zijn het als het ware al echte miniaturen van de ouders. Het zijn nog vrijzwemmende dieren in deze fase. Na 15 dagen nestelen de dieren zich op de bodem. Zorg voor vele pvc pijpjes en fijn koraalzand. In deze fase zijn de larven ongeveer 15 mm groot. Mysis wordt ondertussen al aangenomen en het is zeker aan te raden om ze dit dan ook te geven. Vanaf dit moment kunnen de dieren in een uitzwembak geplaatst worden. Het kweken van deze dieren is vrij eenvoudig. Ook is de voldoening zeer groot net zoals het motivatie gehalte omdat de cyclus vrij kort is. Het enige addertje onder het gras is om de larven weggevangen te krijgen bij de kweekgroep. Een eibal vlak voor het hatchen weghalen is dus een optie. Zolang het de dieren niet verstoort, kun je dit probleemloos doen. Belucht de eibal in een reactor en laat de eibal hierin tot hatching komen.

Oefening baart kunst om in te schatten wanneer je de eibal weg moet halen. Ikzelf lette voorral op de kleur van de eibal. De geheel witte bal wordt langzaam zilver (door de kleur van de ogen bij larven). Wanneer je de kleur of op foto hebt staan of in je hoofd hebt zitten weet je wanneer je de bal kunt weghalen. ·

 

Inloggen Registreren

Uw account aanmelden

Gebruikersnaam *
Paswoord *
Onthoud mij

Account aanmaken

Velden met een sterretje (*) zijn verplicht.
Naam *
Gebruikersnaam *
Paswoord *
Herhaal paswoord *
E-mail *
Herhaal e-mail *

Foto van de maand

Acanthurus leucosternon 19 12 2007 075

Acanthurus leucosternon ( Twan Peeters)