Portaalsite voor de échte zeeaquariaan

Zoeken op de site

Sabellastarte spectabilis, de Indische kokerworm (Grube, 1878)

Sabellastarte spectabilis, de Indische kokerworm (Grube, 1878)

Sabellastarte spectabilis, de Indische kokerworm (Grube, 1878)

  Links Sabellastarte spectabilis en rechts Sabellastarte sanctijosephi in mijn aquarium

Sabellidae of waaierwormen vormen binnen de stam van de Ringwormen (Annelida) een familie uit de orde Sabellida van de klasse van de Borstelwormen (Polychaeta).
De tentakels van deze kokerbewoners waaieren door het water waardoor voedsel kan worden uitgefilterd en zuurstof kan worden opgenomen. Het lichaam van de worm bestaat uit een kop, een cylindervormig, gesegmenteerd lichaam dat is verdeeld in een borstdeel en een achterlijf. De kop bestaat uit een prostomium (gedeelte voor de mondopening) en een peristomium (gedeelte rond de mond) en draagt gepaarde aanhangsels (palpen, antennen en cirri). De soorten waarvan de koker uit kalk bestaat hebben een soort stop waarmee zij de koker kunnen afsluiten als de tentakels zijn ingetrokken.

De familie Sabellidae omvat een vijftigtal genera, onderverdeeld in drie onderfamilies en enkele incertae sedis (onzekere classificatie).

Enkele soorten zijn:
Bispira volutacornis (Montagu, 1804)
Fabricia stellaris (Müller, 1774)
Myxicola infundibulum (Montagu, 1808)
Sabella pavonina (Pauwkokerworm) Savigny, 1822
Sabella spallanzanii (Gmelin, 1791)
Sabellastarte spectabilis (Indische kokerworm) (Grube, 1878)
Sabellastarte magnifica (Shaw, 1800)
Sabellastarte sanctijosephi (Gravier, 1906)


  Sabellastarte spectabilis

Hun leefgebied situeert zich in de Indische Oceaan. De koker is 10 tot 20 cm lang en heeft een doorsnee van 1 tot 2 cm. De tentakelkroon heeft een doorsnee van 5 tot 10 cm. De kokerworm leeft veel in spleten tussen koralen of ingegraven in de bodem. Enkele soorten kokerwormen, zoals de Sabella pavonina kunnen zich explosief vermeerderen in het aquarium, doch een vermeerdering van de Sabellastarte spectabilis werd nog niet vermeld. Deze laatste was tot voor enkele jaren bij de liefhebbers en nu nog steeds in de handel bekend als Sabellastarte indica (Savigny, 1822), doch dit is een basionym (De term ‘basionym’ wordt gebruikt om aan te geven welke naam de oorspronkelijke, geldig gepubliceerde naam van het taxon was. Als de binominale naam van een soort bijvoorbeeld is gewijzigd, is de vroegste naam het basionym).

De kleuren van de tentakelkroon van de kokerworm variëren per worm, meestal afhankelijk van het gebied van herkomst. De kokers worden uit verschillende materialen opgebouwd, vaak uit polysachariden die de worm uitscheidt en verstevigt met modder, slijk et cetera. Soms zijn de kokers ook met zandkorrels of andere vaste materialen aan de buitenkant voorzien. De wormen houden zich steeds in hun koker op en verlaten deze niet vrijwillig.

Als men precies wil weten om welke soort het gaat, is het nodig de worm uit de koker te halen, wat meestal de dood van de worm tot gevolg heeft.

De tentakelkroon met daar middenin de mond is gewoonlijk het enige wat men van de worm te zien krijgt. Deze kroon trekt zich terug in de koker, bijvoorbeeld als er gevaar vanuit de omgeving dreigt. Het lichaam is uit zeer kleine borstdragende segmenten opgebouwd en ziet er daardoor zeer glad uit. Het lichaam wordt naar het einde toe steeds smaller.

Het lichaam is in twee gedeelten opgedeeld, nl. thorax (borstgedeelte) en abdomen (achterlichaam). De hoofdtakken van de tentakelkroon dragen zijtakken, die met zeer fijne haartjes begroeid zijn. Hiermee wordt voedsel gevangen en naar de mond gebracht.


  Sabellastarte sanctijosephi. Hier is duidelijk het “lederen” koker te zien dat de worm zelf aanmaakt. Foto: Germain Leys

Voorwaarde voor het houden van een kokerworm in een aquarium is dat er voldoende plankton of ander klein organisch materiaal in het water aanwezig is. Als de kokerworm niet voldoende voedsel krijgt kan hij zeer snel afsterven.
Een kokerworm plaatst men in een al of niet geboord gat in bijvoorbeeld een levende steen of in een spleet tussen steenkoralen. Na enige tijd groeit de koker vast aan de steen of het koraal. Een goede waterkwaliteit is ook noodzakelijk om de kokerworm in goede conditie te houden. Voldoende stofvoeder en een goede waterkwaliteit gaan vaak niet samen in onze aquaria, dus een goede filtering en veelvuldige waterwissels zijn aangewezen. Voor kalkkokerwormen dient een grotere densiteit en een hogere calciumwaarde nagestreefd te worden. Een goede stroming is ook een must om deze dieren van voldoende voedsel te kunnen voorzien.
Vooral de Sabellastarte-soorten vereisen een zeer fijn bodemsubstraat. In de natuur zullen ze het vaakst voorkomen op modderige zandbodems. Deze bodem hebben ze nodig om hun koker te kunnen aanmaken. Hun koker zal doorgaans voor het grootste gedeelte onder de bodem verborgen zijn, zodat mogelijke predatoren zoals garnalen en krabben hier niet aan kunnen. Het aquarium zou dus best reeds enkele jaren moeten draaien alvorens deze dieren in te brengen.

Hun voedsel bestaat voornamelijk uit nanoplankton en bacteriën. Gericht voederen met uit de handel verkregen preparaten is dus overbodig, vermits het niet opgenomen wordt. De vederachtige tentakels halen enkel hetgeen nodig is uit het water. Levend plankton en phytoplankton aanbieden verhoogt de levenskwaliteit van deze dieren. Zelfs pas uitgekomen Artemia-naupliën zijn te groot om opgenomen te kunnen worden. Het best kun je ze voederen door de zandbodem in de buurt van de kokerworm even om te woelen waardoor de kleine partikels terug in de stroming komen en opgenomen kunnen worden.

Uit het voorgaande kunnen we besluiten dat kokerwormen geen beginners-dieren zijn. Vaak worden ze echter in de handel aangeboden als “zeer gemakkelijk te houden”. Dat er meer gevoederd moet worden en dat er meer waterwissels moeten gedaan worden wordt er dan vaak niet bij verteld...
Wanneer de worm bedreigd wordt, dan zal hij zijn tentakelkroon vliegensvlug intrekken. Dit is immers zijn enigste verdediging tegen predatoren. In het ergste geval kan hij zijn tentakelkroon afwerpen, net zoals een hagedis zijn staart “verliest” wanneer hij aangevallen wordt. Een nieuwe tentakelkroon zal dan binnen enkele weken gevormd worden. Meestal is de nieuwe kroon iets kleiner dan de oude. Wanneer het dier verplicht is meerdere keren achter elkaar zijn kroon af te werpen, dan zal het zeker sterven. Het kost immers enorm veel energie om de nieuwe tentakelkroon opnieuw op te bouwen, terwijl er dan geen voedsel opgenomen kan worden.


  Sabellastarte magnifica. De kroon is al eens afgeworpen geweest en dan wordt de tweede kroon niet meer zo groot. Foto: Robert van Mossevelde

De kokerworm staat op het menu van vele als “reef-safe” genomineerde vissen. keizervissen, dwergkeizers, sommige doktersvissen, lipvissen, juffers, anemoonvissen, dwergbaarzen en heremietkreeften zullen aan de tentakelkroon gaan pikken als ze onvoldoende gevoederd worden.

Sabellastarte spectabilis is wellicht de meest aangeboden kokerworm in de handel. Erg kleurrijk zijn deze dieren niet, ze variëren van wit tot bruin, maar hun waaiervormige koker brengt altijd beweging in het rifaquarium en daarom zijn ze zeer geliefd bij de meeste zeewater aquariumliefhebbers.

Bronnen:

Literatuur:
Reef Invertebrates, An Essential Guide to Selection, Care and Compatibility, Anthony Calfo & Robert Fenner, Reeding Trees and Wet Web Media publications, ISBN 0-9672630-3-4

Invertebrates, A Quick Reference Guide, Julian Sprung, Ricordea Publishing, ISBN 1-883693-00-4

Internet:
http://www.marinespecies.org
www.wikepedia.nl
http://data.gbif.org
www.aquariumhobby.nl

Inloggen Registreren

Uw account aanmelden

Gebruikersnaam *
Paswoord *
Onthoud mij

Account aanmaken

Velden met een sterretje (*) zijn verplicht.
Naam *
Gebruikersnaam *
Paswoord *
Herhaal paswoord *
E-mail *
Herhaal e-mail *

Foto van de maand

Acanthurus leucosternon 19 12 2007 075

  Chelmon rostratus
  Foto: André Schurna