Portaalsite voor de échte zeeaquariaan

Zoeken op de site

De Tapijtanemoon Stichodactyla

De Tapijtanemoon Stichodactyla

De Tapijtanemoon Stichodactyla (was vroeger Stoichactis)

Tekst en foto’s: Jacques van Ommen (Aquariumfoto's zijn genomen van eigen aquarium.)



Stichodactyla helianthus. Eigen opname in Curaceau

Orde: Actinaria (zeeanemonen)

Familie: Stichodactylidae

Genus: Stichodactyla

De meeste soorten van het zeeanemoongeslacht Stichodactyla (was vroeger Stoichactis), de symbioseanemonen, zijn duidelijk te herkennen aan hun kleine, korte tentakels, die bijna de gehele schijf bedekken. Ze vertonen daarom enige overeenkomst met het groot olifantsoor (Amplexidiscus fenestrafer).
Deze anemonen werden regelmatig aangevoerd en onder de Nederlandse naam 'tapijtanemoon' verkocht. De niet meer geldige geslachtsnaam Stoichactis wordt in de aquariumhandel en door liefhebbers nog veel gebruikt. Op dit moment is de aanvoer minder en rijzen de prijzen de pan uit.

Tapijtanemonen behoren tot het geslacht Stichodactyla. Er worden, voor zover bij mij bekend, zes soorten onderscheiden: S. haddoni, S. gigantea die leven in de westelijke Stille Oceaan en de Indische Oceaan (de twee eerste ook nog in de Rode Zee) en S. helianthus, die voorkomt in het Caraïbische gebied. De S. mertensii, leeft van Zuid Afrika naar het noorden tot de Golf van Aden en naar het oosten tot aan het  Grote Barriereriff. De laatste jaren wordt er ook een mini tapijtanemoon geïmporteerd uit het Caraibisch gebied en Vietnam, onder de naam S. tapeteum. En tot slot nog de tamelijk onbekende S. duerdeni uit de Indische oceaan die ook onder de naam Homostichanthus duerdeni bekend is welke nu als juiste benaming is aangenomen.

De meeste in Nederland geïmporteerde tapijtanemonen zijn Stichodactyla haddoni en S. gigantea. Waarschijnlijk komt de S. mertensii ook wel binnen maar omdat ze veel gelijkenis vertonen met de S. giganthea en deze dieren onder de naam S. species worden geïmporteerd valt dat niet altijd op.

Alle tapijtanemonen worden gekenmerkt door talrijke eenvormige tentakels, die korter zijn dan 30 mm en die bijna de hele mondschijf bedekken. De leden van het genus Stichodactyla zijn niet gemakkelijk uit elkaar te houden, ook niet door de handel. De importen krijgen doorgaans de naam S. species.

Ik zal proberen de onderlinge verschillen hier weer te geven van de drie meest geïmporteerde Stichodactyla soorten zodat u deze prachtige dieren kunt herkennen.

S. haddoni :

Bijzonder kleverige tentakels, die aan de huid blijven plakken. De sterkst netelende anemoon van dit geslacht. Korte dicht op elkaar staande tentakels, 5 tot 10 mm. Hierdoor krijgen de dieren een intensere kleur.

Kleuren. Rood, paars, blauw, geel, groen en grijs/bruin.

S. haddoni zet zich vast op substraat in het zand en kan zich razendsnel in het zand terug trekken. Dit is niet alleen een schrikreactie maar ook vertonen de S. haddoni dit gedrag zonder bij mij bekende redenen. Ik denk aan lichaamsvocht verversen.

De schijf is vlak tot licht golvend.

Afmetingen. De S. haddoni heeft een schijfdiameter van maximaal 80 cm, maar blijft meestal rond de 50 cm.

S. gigantea:

Tentakels kleverig maar minder kleverig dan de S. haddoni. Staan verder uit elkaar en zijn langer tot ongeveer 30 mm. Mede daardoor komt de kleur wat minder intens over dan bij de S. haddoni. Duidelijk punt van determinatie is bv het feit dat de tentakels bewegen ook in stilstaand water.

Kleuren als bij de S. haddoni maar lichter.

Standplaats tussen hard substraat. Kan zich ook terug trekken.

De schijf sterk golvend, verder als bij de S. haddoni.

Afmetingen. De S. gigantea, is, niet in overeenstemming met zijn naam, de kleinste tapijtanemoon met een maximale diameter van ca 30 cm met uitlopers tot 50 cm. Gigantea slaat op de langere tentakels.

S. gigantea

S. mertensii

Tentakels tot 2 cm.

Deze anemoon lijkt sprekend op de S. giganthea maar wordt groter en heeft wratachtige rood/oranje vlekken op de steel. Bekende kleuren zijn bruin en groen maar in andere bronnen las ik dat er ook rode en paarse exemplaren bestaan.

Standplaats als bij S. giganthea. Kan zich terug trekken..

De mondschijf hecht zich aan een harde ondergrond met behulp van groene of oranje gekleurde zuignappen (verrucae)

Afmetingen. De S. mertensii is de grootste tapijtanemoon en kan een schijf diameter bereiken van meer dan een meter maar blijft meestal kleiner.

S. helianthus

Tentakels tot 10 mm, zijn dikker en hebben een stompe kop. De tentakels netelen niet. Deze anemonen worden ook niet door anemoonvissen bewoond. Wel krabbetjes en garnalen komen onder en in de anemoon voor. In mijn aquarium wordt deze anemoon ook niet bewoond.

Kleuren die bekend zijn: bruin, groen en blauw en paars.

Standplaats in zandvlakten en tussen stenen aan de rand van het rif in rustig water. Kan zich niet terug trekken.

De schijf volgt de ondergrond.

Afmetingen tot 30 cm.

De S. haddoni, de S. mertensii en de S. gigantea lijken veel op elkaar, zelfs zoveel dat ik verscheidende malen voor niets naar een handelaar/importeur ben geweest om een bestelde S. hadonni op te halen die geen S. haddoni bleek te zijn. Nu ik bij een handvol handelaren ben geweest en duidelijk heb gemaakt wat de onderlinge verschillen zijn hoop ik dat ik bij een volgende bestelling m.b.t. een S. hadonnni niet voor niets afreis. Om het nog moeilijker te maken, binnen de familie Thalassianthidea komen ook een paar anemonen voor die heel veel op een S. lijken.

 

S. haddoni                                                                                                                                                    S.haddoni (foto internet)

 

S. giganthea na een dag in mijn aquarium.                                                                                                Dezelfde S.gigantea na ongeveer een maand in mijn aquarium. Zie de verandering.

 

 Nog wat later werden de tentakels nog wat langer.

 

Aquariumervaringen

Ik ben de gelukkige eigenaar (geweest) van diverse tapijtanemonen. De S. haddoni staan allemaal in plm. 15 cm zand, en de S. hellianthus staan met hun voet ook in het zand tegen of tussen stenen. De S. giganthea staan tussen de stenen en niet in het zand.

Mijn ervaring in de loop van de ruim dertig jaren waarin ik deze dieren heb mogen verzorgen is o.a. dat aquariumomstandigheden en waarschijnlijk ook de hoeveelheid voedsel ervoor zorgen dat de anemonen een afwijkende vorm kunnen aannemen. In de natuur en bij de importen zag ik de natuurlijke vorm maar in het aquarium werden bv de tentakels soms langer of dikker. Dit maakt het moeilijk om via aquariumopnamen te determineren.

De houdbaarheid in het aquarium is het grootst voor S. haddoni. Wanneer deze zeeanemoon in een zandbodem van minstens zo'n 10 cm hoog wordt gelegd tussen een paar grote en kleine stenen zal hij zich in een mum van tijd hebben vastgezogen. Mijn oudste S. haddoni heb ik ruim 15 jaar in goede gezondheid gehouden totdat ik hem verkocht om plaats te maken voor een andere kleur tapijtanemoon. Diverse verhuizingen hebben hem niet gedeerd. Ik ben jarenlang in het bezit geweest van twee diepblauwe exemplaren, een grasgroene en een lichtpaarse. Ik ben nog op zoek naar een donkerpaars type, maar die zijn, evenals de rode variëteit, al verkocht voordat ze zijn uitgepakt. Beide kleurvariëteiten komen helaas sporadisch binnen en zijn erg duur.

Wanneer de stroming niet te sterk is (de schijf mag niet steeds opwaaien) en van meer kanten komt (om en om schakelen van de pompen is niet alleen voor deze anemonen een must, maar dat geldt voor alle anemonen wilt u ze niet aan het 'lopen' hebben) kunnen ook deze tapijtanemonen jaren op dezelfde plek blijven staan. Wel kan door een verandering in het aquarium (stroming, licht) de anemoon zich verplaatsen. Pas dan op voor de sterk netelende werking.

Raak de tapijtanemoon niet met blote handen aan! Vooral de S. haddoni kunnen zo sterk netelen dat op de binnenzijde van de arm of op andere gevoelige huiddelen brandblaren kunnen ontstaan. Ook zullen de tentakels aan de huid blijven plakken en wanneer je deze anemoon niet de gelegenheid geeft zichzelf los te kunnen laten zullen de tentakels van het dier losscheuren. Deze beschadiging hoeft trouwens niet tot de dood van de anemoon te leiden. De S. haddoni is oersterk. Helaas geldt dit niet voor de andere tapijtanemonen. Gebruik de transportzak waarin het dier zich bevindt als handschoen en laat het vanuit die zak op de plaats van bestemming vallen. Maak eerst een kuiltje in het zand tussen de stenen voor die tapijtanemonen die in het zand leven. Vanuit deze positie kruipt de voet van de anemoon vanzelf naar de onderkant van het aquarium of naar één of meer stenen. Laat de eerste weken geen anemoonvissen toe in de anemoon. Dit kost teveel energie en kan de dood van de anemoon ten gevolge hebben. Na een paar dagen, als de anemoon zich goed heeft vastgezet, kan gevoerd worden met niet te grof voer. De beste resultaten krijgt u door regelmatig een regenworm te voeren. Door de reactie van de worm wordt de anemoon gestimuleerd en zal in een oogwenk de schijf om de worm heen plooien. Na een paar minuten is de worm geconsumeerd. De zoöxantellen, waarmee het dier in symbiose leeft, zijn in staat het te laten leven zonder al te veel bij te voeren. Ik voer mijn tapijtanemonen één tot twee keer per maand met een regenworm of een stukje garnaal of mossel. De dieren staan in mijn 'gemengde' bak en vangen natuurlijk wel wat voer uit het water, wanneer ik mijn vissen voer.

Plaats in het aquarium.

Het substraat
In de natuur zijn de soorten ook te onderscheiden door hun voorkeur voor het substraat, waarop zij zich vestigen. S. haddoni leeft in wat dieper water op zandbodems met een stenen ondergrond, waarop de anemoon zich vastzet. Niet te veel licht. In mijn aquaria zoeken ze beschaduwde plaatsen op. Ook vleien ze zich graag tegen uit het zand stekende stenen of dode koralen. Bij gevaar kunnen zij zich bliksemsnel intrekken, zodat ze onder het zand verdwenen zijn, voordat je er erg in hebt. Overigens wordt deze handeling ook uitgevoerd als ze niet worden gestoord. S. mertensii geeft de voorkeur aan holtes in en tussen de koralen waarin het zich kan terugtrekken. Komt veelvuldig voor. De S. gigantea zuigt zich het liefst vast tussen (koraal)stenen en komt voor in zeer rustig water in het zand en tussen koralen in de lagune. Deze anemoon kan een grote populatiedichtheid bereiken. Kan veel licht verdragen.

Houd rekening met deze gegevens en de kans dat de anemoon zelf zijn plaats gaat zoeken is dan erg klein. Maar wees gewaarschuwd, de anemoon is de baas en eigenwijs en gaat niet altijd zitten waar u dat wil.

Medebewoners

Nu kom ik op het onderwerp medebewoners. Ik gooi een paar theorieën omver. Er wordt nl. beweerd dat deze anemonen niet samen gehouden kunnen worden met lipvissen, die in het zand slapen, garnalen en vissen zoals grondels en pitvissen. Al deze genoemde soorten houd ik al jaren samen met de tapijtanemonen in mijn bakken. Om precies te zijn: diverse pitvissen, poetsgarnalen, vuurgarnalen, kappersgarnalen, grondels die in symbiose leven met een garnaal, lipvissen zoals Coris en andere. Ik denk dat deze dieren toch op de één of andere manier de tapijtanemonen herkennen door intuïtie of door aanraking. Er zit regelmatig een garnaal met zijn tentakels vast aan een tapijtanemoon nadat er gevoerd is en het diertje een voedselrestje uit de anemoon probeert te pakken. Geen probleem, ze trekken zich steeds weer los. Ook proberen de vissen voedsel uit de anemonen te trekken maar dat levert geen problemen op. Op een gegeven moment kan het misschien wel eens fout gaan, maar in al die jaren is dat bij mij nog niet gebeurd. Ik moet wel melden dat er redelijk veel vrije ruimte rondom mijn anemonen aanwezig is. Daar zorg ik wel voor. Met lipvissen, en vooral met de diamantlipvis, die in het zand overnacht, is het wel oppassen. Wanneer ze na hun slaapje uit het zand willen kruipen en daarbij de rand van de tapijtanemoon aanraken, kan het fout gaan. De S. hadonni moet daarom wel een redelijk grote vrije ruimte om zich heen hebben zodat de vissen die in het zand overnachten ook de gelegenheid krijgen om op redelijke afstand het zand in te kunnen duiken. Nieuwe bewoners moeten de eerste minuten in de gaten worden gehouden. Vooral wanneer ze worden nagejaagd door de oude bewoners kunnen ze in hun vluchtpoging een misrekening maken. De oplossing is ervoor te zorgen dat er voldoende stenen om de anemoon liggen. De lipvissen kunnen zich dan ook niet onder het zand door naar de anemoon verplaatsen. En verder zult u dit kleine risico maar moeten incalculeren. Belangrijk is de afmeting van de bak of beter gezegd de afmeting van de ruimte rondom de anemoon. Die moet vrij groot zijn zodat de medebewoners de ruimte hebben om de anemoon ruim te passeren.

Verlichting.

De anemonen doen het prima onder tl, maar hebben wel licht nodig. Toch kruipen, zoals ik al meldde, vooral de S. haddoni's in mijn bakken naar de zijkanten van het aquarium toe en staan niet op de sterkst verlichte plaatsen. Dit gedrag vertoonden ze ook toen ik “slechts” 6 tl8 lampen als verlichting gebruikte. Waarom? Geen idee. Lichthoeveelheid en/of spectrum? In de natuur heb ik ze in lagunes zien staan op zo’n 5 meter in het zonlicht tot ongeveer een 10 meter in het gebied waar het rode licht niet meer zichtbaar was.

Aanschaf.

Koop geen (tapijt)anemoon die bijna wit van kleur is of zichzelf niet heeft vastgezet. Ook moet de mond gesloten zijn en moeten de tentakels plakkerig aanvoelen m.u.v. de S. heliantus. Het dier mag ook niet opgeblazen zijn maar moet een strakke body hebben. Mag wel een golvende schijf hebben. Voldoet de anemoon niet aan deze eisen laat het dier dan staan of vraag de winkelier of u een paar dagen later mag terugkomen om het dier mee te nemen wanneer het in orde is.

Zoals ik al heb vermeld zijn de dieren onderling moeilijk van elkaar te onderscheiden. Ook door de handel/importeur. Het moet nu op dit gebied beter gaan omdat ik de meeste handelaren op de verschillen heb gewezen. Ik was het zat om steeds weer voor niets naar een handelaar/importeur te moeten rijden omdat de door mij bestelde tapijtanemoon een andere was dan die ik had besteld. De importen krijgen doorgaans de naam S. species zodat de handelaar niet op de juiste benaming kan bestellen.

 

Pas op! Wanneer u een bijna wit exemplaar tegenkomt, hou er dan rekening mee dat dit niet de natuurlijke kleur van het dier is. Dit dier is zijn zoöxantellen kwijt. Wanneer het nog eet, kan het weer zijn normale kleur terugkrijgen en heeft het een overlevingskans.

Hieronder ziet u de verkleuring naar de natuurlijke kleur



Een handelaar die wist dat ik nog een paarse anemoon zocht belde me op om een voor hem onbekende anemoon te laten zien die bij een zending uit het Caraibische gebied zat. Ik kocht deze anemoon en een paar dagen later toen deze anemoon een plaats had ingenomen kon ik proberen dit dier te verder determineren. Deze anemoon netelde niet en alle symbiose diertjes gaven de voorkeur voor andere anemonen om in te leven. Het bleek met aan zekerheid grenzende waarheid een S. helianthus te zijn, een zelden geïmporteerde anemoon uit het Caribische gebied.


S. helianthus? Ook deze anemoon veranderde na verloop van maanden in mijn aquarium van vorm.


Deze foto heb ik op Curaceau genomen. Deze S. helianthus stond in een poeltje, slechts een paar centimeter onder water. Temperatuur van dat water was 31 graden. Verder heb ik deze anemonen slechts in dieper water waargenomen. Misschien los geslagen en aangespoeld.


Deze groene S. helianthus heb ik op een meter of vijf/zes diep gefotografeerd op Curaceau in het zand tussen stenen.


Voedsel.

Gedurende mijn gehele “ zeeaquariumtijd” als ik het zo mag noemen (ruim veertig jaar) heb ik me geïnteresseerd voor anemonen en ik heb ze ook in mijn diverse koud water aquaria, Middellandse zee aquaria en tropische aquaria verzorgd. Ik meen, en ik hoop dat ik nu niet arrogant overkom, dat ik kan beweren in de loop der jaren een aardige ervaring opgebouwd te hebben en ik durf nu ook het één en ander over anemonen te publiceren. Ik begin direct met te stellen dat mensen die beweren dat anemonen iedere dag of om de dag gevoerd moeten worden met stukjes vis, garnalen of mossel onzin vertellen. Je kunt niet alle anemonen over een kam scheren. Er moet duidelijk verschil gemaakt worden qua afmetingen van de anemonen maar ook tussen zooxanthellen bevattende anemonen die goed in het licht staan en niet zooxanthellen bevattende anemonen. Mijn ruim veertig jaar ervaring met anemonen heeft mij geleerd dat delen van vis, garnalen en mosselen wanneer ze te groot zijn voor de anemoon en dat is al snel het geval m.b.t. anemonen die wij in ons aquarium houden, in de loop van de dag of nacht voor het grootste gedeelte onverteerd weer uitgespuwd worden. Vaak merkt men dit niet en denkt dan dat de anemoon heeft gegeten. Slechts een grote waterkwaliteitsverslechtering heeft men hiermee bewerkstelligd.

Mijn rode symbioseanemonen, de bekende tepelanemoon, voer ik nooit. Ze leven van de zooxanthellen en van datgene wat er aan voedsel door het water stroomt wanneer ik mijn vissen voer. Meestal krill, mysis, droogvoer enz. In mijn kweekbak waarin ik ruim vijftig anemonen verzorg is dit de manier waarop ik mijn meeste anemonen voer. Deze behandeling geldt m.i. voor alle anemonen die zooxanthellen bevatten. Wanneer een anemoon toch te weinig voedsel uit het water kan bemachtigen of de lichthoeveelheid tekort schiet, bestaat de kans dat het dier gaat lopen. In de natuur heb ik geprobeerd anemonen te voeren maar de grotere brokken werden snel door de in en om de anemoon wonende vissen, krabben en kreeftachtige uit de anemoon gehaald en door deze dieren opgesoupeerd. De restjes die achterblijven zullen wel naar binnen gewerkt worden. Mijn indruk is dan ook dat ook in de natuur de anemonen van kleinere stukjes voedsel leven die snel opgenomen kunnen worden (incidenteel van een grotere brok) of van de zooxanthellen. In de natuur komt er m.i. niet iedere dag een stukje vis, garnaal of mossel in de anemoon terecht. Misschien af en toe eens een zwak of dood diertje. De anemonen in mijn eigen aquarium die zoöxanthellen bevatten krijgen eens in de maand als extra voedsel een theelepel tot eetlepel mysis, krill, een regenworm enz gevoerd middels een spuit. Ik probeer de vissen, krabben en garnalen dan ook nog even op afstand te houden. Verder vangen ze een klein gedeelte van het voedsel dat ik de vissen voer. Ik heb anemonen verzorgd die in mijn aquaria meer dan 15 jaar oud zijn geworden en bv daarna zijn verkocht. V.w.b. het voeren moet u natuurlijk wel bekend zijn met de soort anemoon die u heeft aangeschaft. En houd er rekening mee dat de anemoon er misschien wel groot uitziet maar feitelijk maar een kleine vaste massa heeft. Verder raad ik u aan het voorzichtig uit te proberen met kleine hoeveelheden krill of mysis. Zet er bv ook nooit anemoonvisjes bij voordat de anemoon (na weken) geacclimatiseerd is en goed eet. Beter later dan te vroeg. De anemoonvisjes halen niet alleen het voedsel uit de anemoon maar doordat ze nogal veel schuren tussen de tentakels zorgt dat in het begin voor irritatie en zal de anemoon teveel energie kwijtraken, onnodig intrekken en/of weglopen. Dit kan zelfs leiden tot de voortijdige dood van het dier.

 

Bij deze tapijtanemonen kan je "naar binnen kijken". De mond staat open. Deze anemonen hebben weinig tot geen overlevingskans.

Symbiose.

Een prettige, mooie en vooral ook interessante bijkomstigheid is, dat deze anemonen (met uitzondering van de S. hellianthus en de S. tapetum) in symbiose met garnaaltjes, krabbetjes en anemoonvisjes kunnen worden gehouden.
Het is wel zaak dat u de juiste symbiosegast aan de anemoon toevertrouwt. In mijn tapijtanemonen S. haddoni leven symbiosegarnalen van de soort Periclimenes brevicarpalis en symbiosekrabbetjes van het geslacht Neopetrolisthes en om precies te zijn: daarvan houd ik N. ohshimai en N. maculatus zonder problemen. Ook heb ik een paartje Amphiprion ocellaris en een paartje zwartwitte Amphiprion (latezonatus?) samen met een tapijtanemoon in de bak. U moet bij het aanschaffen van een symbiosegarnaal wel zeker zijn van het feit dat u Periclimenes brevicarpalis mee naar huis neemt, wanneer u de combinatie met S. haddoni wilt aangaan en niet de daarop lijkende P. yucatanicus, die in symbiose leeft met de Caraïbische anemoon Condylactis gigantea. Mijn ervaring is dat deze laatste garnaal heel moeilijk, zo niet onmogelijk, aan S. haddoni te wennen is. P. brevicarpalis is minder kieskeurig.

De S. helianthus netelt praktisch niet en is blijkbaar o.a. daarom niet zo geliefd bij de anemoonvissen in mijn aquarium. Ook de symbiosekrabbetjes en garnalen laten deze anemoon in mijn aquarium links liggen.

 

Met zijn tot vangnet vergroeide voorpoten vangt de symbiosekrab plankton uit het water. Net als de symbiosegarnaal prima te houden in combinatie met een tapijtanemoon. Een tapijtanemoon zonder een symbiosebewoner is als een huis zonder bewoners. In de natuur leven diverse vissen en kreeftachtige samen (in symbiose) met de tapijtanemoon. In het aquarium kunnen we dat nabootsen door bv. een symbiosevis en/of symbiosegarnaal of symbiosekrab aan te schaffen. Meestal komen ze met de anemonen mee. Let er wel op dat de symbiosegarnaal of -krab bij de desbetreffende soort anemoon hoort.

Er is nog een interessant groep tapijtanemonen die vooral geïmporteerd worden uit het Caribische gebied en Vietnam. Deze prachtige kleine anemoontjes (S. tapetum) zal ik een volgende keer bespreken. Hier alvast een afbeelding van deze pareltjes.

Stichodactyla tapetum. Foto van Morgan Mok.

Ik pretendeer niet alles te weten. Deze informatie is niet compleet en voornamelijk gebaseerd op mijn ruim dertig jaar ervaring met deze dieren. Heb ik u kunnen interesseren in deze prachtige anemonen en wilt u meer weten neem dan gerust contact met mij op. Ik deel graag mijn ervaringen met u.

Dit artikel kan je ook bekijken op de website van Jacques: http://zeeaquarium-jh-van-ommen.nl/De%20tapijtanemoon.htm meer foto’s zie http://zeeaquarium-jh-van-ommen.nl/tapijtanemonen_1.htm

Inloggen Registreren

Uw account aanmelden

Gebruikersnaam *
Paswoord *
Onthoud mij

Account aanmaken

Velden met een sterretje (*) zijn verplicht.
Naam *
Gebruikersnaam *
Paswoord *
Herhaal paswoord *
E-mail *
Herhaal e-mail *

Foto van de maand

Acanthurus leucosternon 19 12 2007 075

  Chelmon rostratus
  Foto: André Schurna