Portaalsite voor de échte zeeaquariaan

Zoeken op de site

Van verzamelobject tot levend dier

Van verzamelobject tot levend dier

Van verzamelobject tot levend dier

Tekst en foto’s: Marion Haarsma (www.onderwaterfilm.nl)

Vroeger werden schelpen op het strand gevonden of opgevist uit ondiep water. Na de ontdekking van de rest van de wereld en de opbloei van de handel, kwamen er tropische schelpen naar Europa. Sommige schelpen waren zeer geliefd en vooral zeldzame schelpen waren, speciaal voor verzamelaars, veel geld waard.
Vooral door de helm en sportduikers is deze markt opengebroken en zijn de rijkdommen van de ondiepe zee in al zijn vorm en variëteit in de openbaarheid gebracht. Schelpdieren zijn een succesvolle soort en nog steeds geliefd bij verzamelaars. Ik ben één van die verzamelaars. Op foto’s wel te verstaan. Als kind was ik al gefascineerd door de zee en schelpen. Het is een nieuwsgierigheid, die alleen maar groter wordt.

 
   doopvontschelp, Sabang

Oman is een van die landen waar verzamelaars dagenlang langs het strand lopen. Dit land heeft, waarschijnlijk door zijn unieke ligging op de rand van meerdere grote zeeën maar liefst 600 verschillende schelpensoorten!

Het rapen van schelpen op het strand is een redelijk ongevaarlijke bezigheid, maar het verzamelen onderwater kan voor problemen zorgen. De beroemde triton of trompetschelp eet een gevaarlijke zeester, die weer het koraal verwoest. En sommige soorten eten weer zee-egels, waar er ook niet teveel van moeten zijn. Zo houdt de natuur zichzelf in evenwicht.

Mossel en oester
Bovenwater is natuurlijk de huisjesslak bekend. Het slakkenhuisje beschermt het diertje tegen vijanden en behoedt het voor uitdroging. Eigenlijk is dat onderwater hetzelfde. Maar er is ook de scheiding tussen tweekleppigen en schelpdieren met een huisje.


   shellschelp, Musandam

Voorbeelden van tweekleppigen zijn heel makkelijk te vinden. Denk maar aan de mossel en de oester. Deze schelpdieren hebben twee openingen, een instroom en een uitstroom en zo filteren ze de voedseldeeltjes uit het water. Bijna alle schelpdieren zijn eetbaar, daarom worden ze uit de zee gevangen of gekweekt.

Wandlamp


 
 steekmossel, Pinna squamosa, Kroatie

De Pinna nobilis of steekmossel in de Middellandse zee is een voorbeeld van een mosselsoort die heel groot kan worden en ook zeer ernstig wordt bejaagd! Heel lang geleden waren ze in de nodige huizen te vinden. Als een wandlamp van een halve Pinna-schelp, met een lampje er achter. Heel erg mooi, maar nu is dat niet meer ‘done’. Er wonen vaak kleine kreeftjes in een pinna, een prachtige symbiose.


   vijlmossel, Lembeh

In de tropen is de vijlmossel te vinden, de gidsen tonen die graag. De schelp zit vaak verborgen tussen de rotsen, dan is alleen de mantel zichtbaar. Die is prachtig rood van kleur en tussen de uitstekende tentakels door, kan het ook nog eens lichtflitsen geven. Dat is moeilijk te fotograferen, het is eigenlijk meer iets voor de film.

Zwemmen
De beroemde Shell schelp is ook een tweekleppige. Dit is een bijzondere soort, in zoverre dat deze schelpen op de rand sensoren hebben, die als oogjes functioneren. De donkerblauwe knopjes zijn eenvoudige ogen, die licht en donker kunnen waarnemen. De schelp kan ook heel goed zijn grootste vijand, de zonnester, waarnemen. Hij kan vluchten door zijn kleppen krachtig te sluiten en zo al zwemmend aan zijn vijanden, de zeesterren, ontsnappen.

In Bretagne komt de Sint Jacobsschelp voor. Het is goed zoeken, want de Fransen eten echt alles. Het kleine broertje van deze schelp in Nederland is de wijde mantel. Die heeft ook van die mooie, blauwe oogjes, maar is een stuk kleiner. Waarom die naam de wijde mantel? Het is een rare naam voor zo´n klein schelpje. Die namen zijn niet altijd te begrijpen.


   jacobsschelp, Pecten maximus, Bretagne

Groot
De grootste tweekleppige is de doopvontschelp. Misschien is het wel het allergrootste schelpdier met een dikke, zware schelp. Het is weer een rare naam. Zouden ze echt gebruikt zijn in kerken als doopvont? Ook deze grote schelpen, met prachtige kleuren op de mantel, worden ernstig bedreigd. Vooral in Aziatische landen zijn ze een delicatesse. Ik heb het geluk gehad in twee verschillende gebieden te mogen duiken, waar ze beschermd (en bewaakt) worden.

Ook in de tropen zijn de fel gekleurde kamoesters te vinden. Maar zodra ze worden benaderd sluiten ze zich helaas. Soms wordt er één kans geboden om een goede opname te maken. Daarna sluit de oester zich gegarandeerd!


   kamoester, Sabang

Nederland
Het is niet de bedoeling om alle tweekleppigen te bespreken, maar ook in de Nederlandse wateren zijn er veel. De mesheft is een algemene soort, maar toch ook weer moeilijk te fotograferen. Zodra een duiker dichterbij komt, sluit de schelp zich en verdwijnt in de grond. Een keer gelukt een opname te maken waarop nog net het schelpdier is te zien met de in en uitstroomopening. Exoten zijn er in Nederland ook, o.a. de Filipijnse tapijtschelp (Ruditapes philippinarum). Gevonden bij de Bergsediepsluis, gewoon in het zand.
Er zijn ook schelpen met de vorm van een tweekleppige, maar met een soort halve schelp. De schaalhoren of puntkokkel (Patella vulgata) is gespecialiseerd in het leven in de getijdezone. Hij klemt zich vast met zijn gespierde voet aan de rotsen en tijdens de nacht en bij voorkeur met laagwater loopt hij al etend over de stenen en eet algen. Hij schijnt tientallen centimeters af te kunnen leggen om dan weer terug te keren naar zijn eigen plek.

 
   Ensis americanus, mesheft, Brug                                          Filipijnse tapijtschelp (Ruditapes philippinarum), Zeeland             Schaalhoorn, Patella vulgata, Anna Jacoba

Sterke voet
Ook in het buitenland zijn er van die ´halve´ schelpen. De abalone of zeeoor (Haliotis tuberculata) is ook een soort halve tweekleppige. Hij heeft eveneens een sterke voet, graast daarmee de rotsen af en ook deze schelp is zeer goed eetbaar. De zeeoor in Amerika kan erg groot worden. In Europa is er een ander klein schelpje, de blauwgestreepte of gladde schaalhoren (Patella pellucida). Hij lijkt niet op de gewone schaalhoren, die is puntig van vorm. Deze is klein en glad, maar erg mooi. Op de foto graast hij op het wier, het spoor is te zien. Een echt buitenbeentje bij de tweekleppigen is de keverslak, al eens gevonden in de getijdezone in de tropen. In Nederland is hij ook te vinden, wel veel kleiner. Vooral bij de Bergsediepsluis zijn er veel. Ze hebben een schaal bestaande uit acht platen en ook deze schelp graast de algen van de rotsen.

 
   Abalone, oorschelp, Sabang                                                                                                                 Gladde schaalhoren of Blauwgestreepte schaalhoren, Patella pellucida, Engeland

De gekste slak in de Hollandse wateren is wel het muiltje (Crepidula fornicata). Het komt oorspronkelijk uit Amerika, maar is in Zeeland algemeen. Goed gecamoufleerd in de ondergrond valt het nauwelijks op. Ze zitten vaak met meerdere exemplaren op elkaar.

 
   muiltje                                                                                                                                               glasmuiltje, Oosterschelde

Zoals hun naam al zegt, heeft dat met de voortplanting te maken. Het onderste dier is het oudst en de bovenste het jongst. Het onderste dier is een vrouwtje. De bovenste zijn mannetjes en de middelste zijn van geslacht aan het veranderen. De meest onbekende slak is het glasmuiltje. Het is klein en goed gecamoufleerd door de huid van het dier, waarvan eerder gezegd zou kunnen worden dat het een stukje spons is. Binnenin zit nog een schelp gedeelte, het eet zakpijpen.

Wulk
De meest bekende slak is de wulk. Wie kent niet het eierkapsel, dat in het voorjaar op het strand kan worden gevonden? Het leuke aan de wulk is dat het een dekseltje (Operculeum) heeft, waarmee hij de schelp kan afsluiten. Veel tropische slakken hebben dit ook. De tropische operculeum zijn mooi van kleur en worden ook vaak weer verzameld.


   wulk Buccinum undatum, Zeeland

De wulk komt overal in Europa voor. Tot aan Spitsbergen toe. Het maakt de dieren niet uit hoe koud het is. Het zijn echte opruimers. Met hun siphon ruiken ze een prooi en dode dieren zijn vaak bedekt met wulken of andere slakken. De heremietkreeften wonen meestal in een oud wulkenhuis. Zo wordt alles weer gerecycled. Er wordt gezegd dat de heremiet de wulk opeet als hij de kans krijgt. Maar de bevestiging van dit verhaal ontbreekt.

Wenteltrap
Het mooiste slakje is de wenteltrap, die ook in Nederland voorkomt. Vroeger zaten ze bijvoorbeeld bij de Zeelandbrug. Het kleine witte, mooi gedraaide schelpje zit overdag verborgen in het zand. ‘s Nachts gaan ze op pad en zouden ze anemoontjes eten. Ook kleine heremietjes vinden dit een fijn huisje om in te wonen.


   wenteltrap, Zeeland

Uniek voor de Nederlandse wateren is de priktolhoorn. Die is wel bekend van Bretagne, maar is ook in Nederland gezien, dichtbij de Oosterscheldekering bijvoorbeeld. Nog een unieke schelp is de asgrauwe tolhoorn.


   priktolhoorn, Bretagne

Cowrie
Een heel speciaal slakje is het koffieboontje, klein maar fijn. Hij komt wel in Nederland voor, maar helaas nog niet kunnen vinden. De opname is van Schotland, St Abbs. Het is net aan de overkant van de plas, vlak bij Newcastle. Het koffieboontje is de enige cowriesoort van het koude water. In de tropen zijn echt veel en nog mooiere slakken te vinden. Veel verschillende soorten van de cowrie ook. De meest bekende is de tijgercowrie. Een zwarte slak met een witte schelp, echt een prachtige kleurencombinatie.

  
   koffieboontje, trivia, St Abbs                                                                        tijgercowri, Sabang                                                                                  cowri, RajaAmpat

De flamingotong in het Caraibisch gebied is wel de meest bekende cowrie. Ze is klein maar prachtig gekleurd, een echte superschelp. Zoals zijn meeste soortgenoten is het een roofdier en eet de huid van de gorgoon. Bij een echte invasie legt het gorgoon het loodje, heel triest om te zien. Maar er zijn genoeg gorgonen.

 
   flamengotong, Curacao                                                                                                                           cowri op koraal, Raja Ampat

Er zijn ook veel kleine cowriesoorten, die zijn vaak prachtig gecamoufleerd. Ze verstoppen zich bijvoorbeeld op een zweepkoraal en zijn dan ook lang en dun. Of ze wonen op het zachte koraal (dendroneftia) en zijn dan ook gecamoufleerd in dezelfde kleuren als het koraal. De cowries maken zelf een stofje dat hun schelp doet glanzen, daarom zijn ze zo mooi.

In het zand
De meeste schelpensoorten zijn ‘s nachts actief. Daarom loont het de moeite om te gaan nachtduiken. Wanneer ze toch overdag worden gevonden verbergen ze zich gauw in het zand. Zoals de olivia (Oliva sayana), gevonden in het zand bij noord Bali. Zodra de flitser afging, dook hij in het zand. In de boeken staat dat ook de prooi, kleine slakjes en garnaaltjes, in het zand worden meegenomen om op te eten.
Voor de mens is overigens maar één soort echt gevaarlijk: de conusschelpen. Die hebben een speer, waarmee ze hun gif in hun prooi kunnen spuiten. Er zijn verhalen van snorkelaars, die zo’n mooie schelp vonden en mee wilden nemen. Aangezien ze alleen een zwembroekje aan hadden, verstopten ze die schelp in hun broek Maar de aderen liggen bij de lies vlak onder de huid. Als de slak nou net zo’n ader raakt zijn de problemen groot. Het is vaak in de boeken te lezen, maar gehoord dat het ook echt gebeurd is? Nog nooit. Het zoveelste ‘Broodje- Aap’ verhaal... Ook deze schelpen zijn ‘s nachts actief en overdag verborgen in het zand. Ze zijn ook vaak erg mooi en daarom waren ze vroeger de meest waardevolle schelpen (zoals de Gloria Maris) voor verzamelaars.

 
   strombus, Sabang                                                                                                                                  Oliva, Bali


   conusschelp, Sabang

Voorzichtig
De familie van de stekelslakken heeft niet allemaal lange stekels. Een echte uitdaging lijkt de paring. Waarschijnlijk doen ze het heel voorzichtig. De murex zit overigens zoals vele schelpen vaak verborgen in het zand. Zoals overdag ook de helmschelp, een grote schelp. Van onder andere deze soort werden vroeger overhemdknoopjes gemaakt


   murexparing, Sabang

Van de tritonshoren is niet bekend of hij zich overdag ook in het zand verbergt. Misschien is hij te groot om zich te verstoppen. Of heeft hij helemaal geen vijanden. Hij is zelf de grootste vijand van de gevaarlijke zeester, de doornenkroon. Er zijn foto’s die de aanval en het volledig opeten van de grote zeester hebben vastgelegd. De tritonschelp heeft waarschijnlijk een gif, dat de doornenkroon van binnenuit verwoest en zelfs de lange stekels zacht maakt (een soort weekmaker). Heb vooral geen medelijden met de doornenkroon, een invasie van deze zeester is verantwoordelijk voor de verwoesting van hele riffen. Een doornenkroon kan in een nacht hele stukken koraal opvreten, laat staan een hele kolonie!

Parasiet
Er is een echte parasitaire slak op een zee-egel in de tropen. De Echineulima asthenosomae is eigenlijk kleurloos en daarom lijkt hij wit. Hij boort een gat door het pantser van de vuurzee-egel en voedt zich met de sappen. Of het slakje echt dodelijk is voor de zee-egel valt te betwijfelen. Er wonen vaak hele slakkenfamilies op de zee-egel, maar de witte slakjes zijn zo klein, dat de zee-egel het waarschijnlijk wel overleeft.


   micromelo, Sabang

Slakken met rudimentaire schelp zijn waarschijnlijk de echte overgang naar de zeeslak. In het Engels wordt er een duidelijk verschil gemaakt tussen zeeslak (seaslug) en naaktslakken (nudibranch). In het Nederlands wordt dat niet zo precies gedaan. Voor de fotografen is het een gouden vondst. De Micromelo undatus van Sabang Beach en een doorzichtige gele, op Negros gevonden. De naam? Niet kunnen vinden in alle boeken die er over geschreven zijn,maar het zijn prachtige slakken!

Inloggen Registreren

Uw account aanmelden

Gebruikersnaam *
Paswoord *
Onthoud mij

Account aanmaken

Velden met een sterretje (*) zijn verplicht.
Naam *
Gebruikersnaam *
Paswoord *
Herhaal paswoord *
E-mail *
Herhaal e-mail *

Foto van de maand

Centropyge Foto Tanne Hoff

  Acropora cf granulosa

  Foto: Luc Loyen